Waarom dit boek!

Els van Poppel zit in de wachtkamer bij haar huisarts. Ze bladert ongedurig door een van de tijdschriften die haar toch niet interesseren. Zoals gebruikelijk loopt de dokter uit: Els heeft nog nooit meegemaakt dat ze op de tijd van haar afspraak is geholpen. Niet dat ze zo vaak naar de dokter gaat, integendeel. Ze is bepaald geen klager, maar meer het type van een aanpakker, zowel in haar werk als thuis. Ze werkt drie dagen per week als bejaardenverzorgster, en heeft thuis ook haar handen vol. Een man met een eigen hoveniersbedrijf, drie puberkinderen – de hoeveelheden kleren en sportspullen die ze wekelijks door de wasmachine jaagt…er komt geen eind aan. En ook al hebben de kinderen, nu ze groter zijn, minder verzorging nodig, de zorg en aandacht blijft belangrijk.
Els voelt zich de laatste tijd niet helemaal fit. Ze is wat eerder moe dan normaal, moet eigenlijk een uurtje eerder naar bed dan ze meestal doet. Maar het is ook wel erg lekker om ’s avonds, als de kinderen naar bed zijn, nog even wat tijd voor zichzelf te hebben. Of haar man te helpen met de administratie van zijn bedrijf.
Net als ze zich voorneemt om te gaan informeren hoe lang het nog duurt, roept de huisarts haar binnen. Hij begroet haar vriendelijk maar zakelijk. Als hij vraagt wat hij voor haar kan doen, zegt Els: “Ik ben de laatste tijd zo moe, dokter”. Natuurlijk vraagt hij haar om er iets meer over te vertellen, maar dat vindt Els juist zo moeilijk. Ze kan er zelf ook niet precies de vinger op leggen, maar ze is gewoon anders dan anders. Niet haar normale energieniveau. De huisarts humt en knikt. Hij typt wat in zijn computer, stelt haar wat aanvullende vragen over haar spijsvertering, haar ademhaling (“piept het wel eens?” – wat een rare vraag!) en of ze aan sport doet. Roken? Nee. Drinken? Glaasje wijn voor het slapen. Hoe is het met de kinderen? Prima. En met de zaak van uw man? Els kijkt hem fronsend aan. Wat wil hij daar nu weer mee? Hard werken, maar we mogen niet klagen.
De dokter kijkt haar snel even na, maar Els krijgt de indruk dat-ie ’t meer doet omdat het zo hoort; hij lijkt er niet echt in te geloven dat hij iets afwijkend gaat vinden bij het lichamelijk onderzoek. Terwijl Els zich aankleedt weet ze wat er zometeen gaat komen: het is gewoon de drukte, mevrouw, u houdt veel ballen in de lucht, u bent toe aan vakantie, en nog zo wat van die dooddoeners. Dat weet ze zelf ook wel, daar heeft ze haar dokter niet voor nodig. Ze wil eigenlijk alleen de geruststelling dat het niet iets lichamelijks is. Kan de dokter niet even bloed laten prikken? Nee, dat vindt hij niet nodig – haar klachten wijzen niet op iets lichamelijks, en bij het onderzoek heeft hij ook niets gevonden. Als het na de vakantie nog zo is, kom dan gerust weer terug. Dag mevrouw.
Op de fiets terug naar huis heeft ze flink de pé in. Wat een tijdverspilling! Die man ook altijd met zijn geleuter over stress. Eigenlijk wilde ze alleen maar even weten of ze geen bloedarmoede had. De laatste maanden is haar menstruatie van slag – ze vloeit heftiger dan anders, en onregelmatiger. Wie weet is het wel de overgang. Tot haar verbazing beseft ze dat dit niet eens ter sprake is gekomen. Ze beseft dat dit niet de eerste keer is, dat ze bij de dokter vandaan komt met net zoveel vragen als voor het consult. Waar zou dat nou aan liggen? Aan deze dokter? Ze heeft niet echt een klik met deze man, hij is haar wat te vormelijk en te belerend. Of ligt het aan haar zelf? Heeft ze zich te veel laten opfokken door het feit dat de dokter (weer eens) te laat was? Of dat zij een beetje haast had omdat ze weer op tijd thuis wou zijn? Maar ze is verdorie toch oud en wijs genoeg om voor zichzelf op te komen? Waarom laat ze zich dan zo afpoeieren?

De verwachtingen van de patiënt en die van de dokter

Heb je ook wel eens het gevoel dat de dokter en jij elkaar niet goed begrijpen? Dat de dokter met zijn eigen dingen bezig is, en dat jij je zorgen en vragen eigenlijk niet goed kwijt kan? Dan ben je in goed gezelschap, want het komt regelmatig voor. En dat is eigenlijk bijzonder, want de meeste dokters zijn toegewijde, hardwerkende professionals die het beste met hun patiënten voor hebben. En de meeste mensen die naar de dokter gaan hebben een vrij duidelijke vraag. Hoe kan het dan toch dat consulten kunnen lopen zoals dat van Els hierboven?
Ik denk dat de oorzaak ligt in verschillende verwachtingen. Als de verwachtingen van de dokter en die van de patiënt niet overeenkomen, dan ontstaat irritatie en onbegrip. Els wilde vooral de geruststelling dat ze niets lichamelijks mankeerde, in het bijzonder dat ze geen bloedarmoede had. De huisarts probeerde haar gerust te stellen, maar slaagde daar niet in, doordat hij ongevraagd Els van advies ging dienen over haar drukke levensstijl. Daar had ze helemaal geen behoefte aan. En daardoor stond ze ook niet echt open voor wat de dokter haar (daarover) te vertellen had. Toen hij over drukte en stress begon, ging ze als het ware op slot en kwam het er in alle consternatie niet meer van om haar werkelijke zorg met hem te bespreken.
Toch bijzonder. Twee mensen die elkaar ontmoeten met ogenschijnlijk hetzelfde doel, en het lukt ze niet om het tot een succes te maken. In dit boek ga ik op zoek naar de oorzaken van deze paradox. Daarbij maak ik gebruik van de metafoor van de dans. Als je samen met iemand danst, dan gaat het heen en weer, je speelt voortdurend op elkaar in, het is geven en nemen, leiden en geleid worden.
Dat is in een medisch consult ook het geval. Dansen met de dokter dus.

Dansen met de dokter

Vrijwel alle mensen houden van dansen, alleen, met zijn tweeën of in grote groepen. De meeste mensen kennen het fijne gevoel als je bij het dansen een klik hebt met degene met wie je aan het dansen bent. Als je elkaar in de dans aanvoelt ontstaat er iets moois. Dan beweeg je als vanzelf vloeiend samen. Aan de andere kant: als er geen klik is tussen danspartners, als ze verschillende danspassen gebruiken, dan wordt het niks met dat dansen. De dans tussen Els en haar huisarts is een goed voorbeeld van zo’n mislukking. In plaats van een soepele afstemming van bewegingen matchten hun danspassen niet en gingen ze op elkaars tenen staan. Ergernis en irritatie waren het gevolg. Geen van beide partijen blij. Want reken maar dat ook de huisarts van Els van Poppel niet tevreden terug kijkt op zijn consult.
Goed dansen met de dokter is dus voor alle betrokkenen prettig. Eerst en vooral voor de patiënt, die zich serieus genomen voelt, omdat de dokter zich openstelt en de patiënt de tijd en de ruimte geeft. Daardoor kan de werkelijke vraag of zorg duidelijk worden, en dat is een voorwaarde voor goede en effectieve zorg, wat immers het gemeenschappelijke doel is. En dat leidt ook tot tevreden dokters, die dan dus minder gestresst en druk zijn, en hun werk beter en met meer voldoening kunnen doen. Eigenlijk werkt het voor Els haar huisarts net zo als voor Els zelf.

Opbouw van dit boek

Dit boek bestaat uit 4 delen. Deel 1 gaat over de basispassen van de dokter. Met welke manier van denken en handelen betreedt de dokter de dansvloer van het consult? Deel 2 beschrijft de dagelijkse gang van zaken op het werk van de dokter. Je zult zien dat de opleiding van dokters primair gericht is op het medisch-inhoudelijke vlak. Dokters willen ziekten herkennen om ze daarna te kunnen behandelen. Hoewel dat belangrijk is ben je er daarmee als dokter nog niet (zie het kader Verschillende rollen van de dokter). Om patiënten echt goed te kunnen helpen moet de dokter meer in huis hebben dan alleen medische kennis. De dokter en de patiënt moeten elkaar in ieder geval goed verstaan en begrijpen. Kortom: goed met elkaar communiceren. Daarover gaat het in deel 3.

In deel 4 tenslotte wordt besproken hoe patiënt en dokter het beste kunnen samenwerken. Samenwerken is nodig om tot een zo goed mogelijk besluit te komen. Een besluit met maximaal rendement. Samenwerken vraagt om het afstemmen van de danspassen op elkaar. Zo ontstaat een mooie dans, waar beide tevreden op terug kunnen kijken.

Er is een aansprekend voorbeeld van het belang van dat samen dansen. Vijfentwintig jaar geleden volgden Canadese onderzoekers een jaar lang een paar honderd mensen met hoofdpijn, die een gespecialiseerde hoofdpijnpoli bezochten in de staat Ontario. Van al deze mensen werd een groot aantal gegevens opgeslagen, over de aard en ernst van hun hoofdpijn, de uiteindelijk gestelde diagnose, de behandeling, hun leeftijd, geslacht, achtergrond, werk, medicijngebruik, bijkomende ziektes, noem maar op. Aan het einde van de twee jaar vergeleken de onderzoekers de mensen bij wie de hoofdpijn aanzienlijk verbeterd of zelfs geheel verdwenen was met de mensen bij wie de hoofdpijn nog altijd hinderlijk aanwezig was. Ze waren op zoek naar factoren die een goede afloop (succesvolle behandeling) zouden kunnen voorspellen. En wat bleek? Er was één factor die met kop en schouders uitstak boven alle andere factoren in het voorspellen van een gunstig beloop, van het verbeteren of verdwijnen van de hoofdpijnklachten. Dat waren opvallend genoeg niet persoonlijke kenmerken zoals leeftijd, achtergrond, of opleiding. Het waren ook geen ziekte-kenmerken, zoals de diagnose, de behandeling, of de bijkomende complicerende factoren zoals diabetes of hoge bloeddruk. Het was ook niet de kennis of de ervaring van de dokter. Nee, de enige factor die samenhing met het verbeteren of verdwijnen van de hoofdpijn was of de patiënt in het eerste, uitvoerige consult, de gelegenheid had gehad en genomen om zijn verhaal, zijn ervaringen en de beleving van de hoofdpijn, in zijn eigen woorden zonder onderbrekingen door de dokter te vertellen. En dat de dokter die informatie had gebruikt om voor die patiënt de optimale behandeling in te stellen, niet alleen op basis van de medische diagnose, maar ook rekening houdend met de context en de voorkeuren van de patiënt. Dat er gedanst was, dus, tussen dokter en patiënt.